Aangename nazomerwandeling rond het Rhodesgoed vanuit Ardooie

’s Morgens nogal frisjes maar toch maar gegokt om de trainingsvest in de wagen te laten, Dit bleek de goede keuze want zie geleidelijk aan kwam het zonnetje erdoor en werd het aangenaam wandelweer. De Gitse Wandelclub Voetje voor Voetje kon tevreden zijn, het aantal wandelaars zou gestaag aandikken. Ik kon beginnen aan mijn tocht van 18,6 km op de Rhodestochtwandeling.

Het was opletten geblazen met de vele wegsplitsingen maar ik bleef getrouw de 18 km volgen. Twee rustposten zou ik tegenkomen: na 6 km en 11,4 km.  Het eerste gedeelte van de tocht liep langs rustige, autoluwe wegen, al over de brug met de autosnelweg E403 en voorts via kronkelige wegen tot aan de rustpost Havershuis. De zitplaatsen waren beperkt, gelukkig kon er buiten gezeten worden. Intussen hadden we een passage gehad doorheen het Rhodesgoed.

Het domein Rhodesgoed is 40 ha groot, het werd in 1995 aangekocht door het Vlaamse Gewest. Het is een redelijk jong bos dat toch al een rijke verzameling dieren en planten telt. De afwisseling van bos, poelen en weilanden is het ideale decor voor een heerlijke wandeling. De naam Rhodesgoed is afkomstig van Rudolf van Rode, heer van Schelderode en Melle en eigenaar van de heerlijkheid Rode in de dertiende eeuw. De heerlijkheid telde vele hoeven en huizen. De gerestaureerde hoevegebouwen herinneren vandaag nog aan dat landbouwverleden.

De tweede lus ging verder over rustige wegen doorspekt met enkele passages van onverharde paadjes tussen velden en weiden. In loods Staelens kon weer even rust gehouden worden. Het laatste en langste stuk van 7,2 km liep deels samen met de 30 km. Daar waren de meeste wandelaars al voorbij getrokken. Dat Ardooie een landbouw- en groentegemeente is, kon goed vastgesteld worden. Terug de brug over en stilaan kwam het einde in zicht van een aangename en rustige wandeling overgoten met een heerlijk nazomerzonnetje. Dank aan de organiserende club voor een vlekkeloos verloop.

Klik hier voor de volledige fotoreportage van Frans D’Haeyere

Klik hier voor de volledige reportage van Patrick Olivier